
Een realistische kijk op technologische soevereiniteit en het belang van control points

Auteur: Amber Geurts
Sinds de Tweede Wereldoorlog is de mondiale economie steeds meer gebaseerd op internationale vrije handel, het verwerven en versterken van leidende posities in waardeketens, en open kenniseconomieën gesteund door effectieve internationale samenwerking. Het just-in-time-bedrijfsmodel, gekenmerkt door beperkte voorraden en uitbestede productie, heeft geleid tot efficiënte logistieke processen.
De toenemende geopolitieke spanningen en de groeiende bezorgdheid over strategische autonomie en technologische soevereiniteit duiden echter op een verschuiving in dit wereldbeeld; weg van het open innovatie- en vrijhandelsparadigma naar een nieuw paradigma waar economische veiligheid, marktmacht en het beschermen en bevorderen van strategische sectoren en control points voorop staan. Een realistische kijk op technologische soevereiniteit en het belang van control points is daarbij belangrijk.
TNO Vector onderzoek naar control points
Binnen TNO Vector heb ik met een sterk en groeiend onderzoeksteam de afgelopen twee jaar onderzoek gedaan naar dergelijke control points. Het is immers een relevante en vernieuwende vraag hoe bedrijven in deze veranderende mondiale arena, verdeeld in soevereine en concurrerende staten, een strategische en concurrentiekrachtige troef voor een land (kunnen) worden. Wat zijn control points, waarom zijn ze belangrijk, en hoe kun je ze identificeren zijn de vragen die daarbij centraal hebben gestaan.
Strategisch inzicht in control points en afhankelijkheden ontbreekt, en veel voorbeelden zijn anekdotisch en niet gebaseerd op systematische analyse. Dit betekent dus dat de strategische intelligence, die gerichte beleidsinterventies mogelijk maakt, mist. Een dergelijke evidence-base is nodig om beleids- en strategieopties te testen, proportionaliteit en risico’s te evalueren, en maatregelen te ontwerpen die het concurrentievermogen van Nederland beschermen zonder de internationale samenwerking te belemmeren.
Door ons specifiek te richten op control points binnen de Nationale Technologie Strategie, hebben we bij TNO Vector een eerste stap gezet met het bieden van een dergelijke strategische, data-gedreven evidence-base ten aanzien van mogelijke huidige en toekomstige control points. We kijken daarbij expliciet integraal: sectoren en goederen bieden inzicht in bestaande markt- en handelsstructuren en mogelijke huidige control points, terwijl een focus op technologieën en (nieuwe) bedrijven inzicht bieden op de economische structuren van de toekomst en daarmee mogelijke toekomstige control points.

“Om technologisch soeverein te worden, moeten we innovatie-ecosystemen versterken en internationale partnerschappen aangaan.”
Amber Geurts, Senior onderzoeker en Adviseur Innovatie en Innovatiebeleid
Een realistisch beeld
Ons werk op control points biedt daarmee de strategische intelligence die nodig is om de positie van Nederland inzichtelijk te maken. Een realistisch beeld kijkt niet alleen naar de eigen situatie maar situeert deze in het bredere wereldbeeld – juist omdat we uit een tijd komen van sterke internationale verwevenheden. Het is ook geen realistische verwachting dat Nederland technologisch soeverein zou kunnen worden, juist omdat het kampt met de innovatieparadox en blijvende uitdagingen bij de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. Om technologische soevereiniteit te bereiken, moet Nederland de binnenlandse innovatie-ecosystemen versterken en internationale partnerschappen aangaan met gelijkgestemde landen om de toegang te waarborgen en de prestaties te verbeteren.
In deze reflectie benadruk ik het belang van deze realistische kijk op technologische soevereiniteit en control points. De noodzaak hiertoe benadruk ik door de focus te leggen op de rol van China.
Een realistisch beeld: de rol van China
In ons recente rapport ter ondersteuning van het Wennink rapport staat een ogenschijnlijk simpel plaatje – zie Figuur 1. Figuur 1 laat de ontwikkeling in de omvang en impact van patentportfolio’s van landen wereldwijd over de afgelopen tien jaar zien, ten aanzien van de 10 sleuteltechnologieën die centraal staan in de Nationale Technologie Strategie. Nederland wordt daarbij vergeleken met een reeks benchmarklanden, geselecteerd op basis van hun hoge R&D-investeringen.
Trend van de afgelopen tien jaar in de omvang en de innovatie- en marktwaarde (PAI) van NTS-patentportfolio’s in de wereld. Bron: TNO Vector, Een blik onder de motorkap.
De figuur laat de uitzonderlijke groei zien in de omvang en impact van patenten die door Chinese bedrijven worden ingediend. Sinds 2020 is China zelfs de VS voorbij gestreefd, waardoor het nu China is dat het grootste deel van de wereldwijde innovatie- en marktwaarde van NTS-patenten voor zijn rekening neemt. Ook wordt er steeds meer gebouwd op Chinese patenten voor belangrijke technologische ontwikkelingen. Europese landen spelen, in vergelijking met deze koplopers, een beperktere rol; binnen Europa heeft Duitsland het grootste aandeel.
Een strategisch risico met gevolgen op de lange termijn
Juist dit ogenschijnlijke eenvoudige figuur is van groot belang: patenten fungeren immers als een belangrijke indicator voor het vermogen van een land om richting te geven aan de toekomst. Landen die toonaangevend zijn in onderzoek en innovatie, geven vorm aan de technologieën die de geopolitieke macht van de volgende generatie bepalen. Bovendien kan wetenschappelijk leiderschap niet zomaar hersteld worden. Het vergt decennia van aanhoudende investeringen in onderzoekers, (technisch) talent, infrastructuur, nieuwe bedrijven, opschaling, productie en andere randvoorwaarden voor onderzoek en innovatie. Daarmee wijst een figuur als deze op een strategisch risico met gevolgen op de lange termijn: China bepaalt in toenemende mate de richting van technologische vooruitgang en weet daarbij ook een aanzienlijk groter deel van de gecreëerde economische waarde naar zich toe te trekken.
Dit risico wordt versterkt doordat Nederland in sterke mate afhankelijk is van Chinese productieketens. De recente ervaringen van Nederland met Nexperia is een sprekend voorbeeld dat ook liet zien dat het inzetten op onderlinge afhankelijkheid als wapen twee kanten op werkt. Daarnaast laat de opmars van China zien dat de Nederlandse overheid zich ook zorgen moet maken over het weglekken van kennis van chipbedrijven zoals Nexperia en Ampleon – juist omdat kennis een strategische asset is waarop Nederland bouwt.
Conclusie
De verschuiving van een open, vrijhandelsgedreven wereldorde naar een geopolitiek en economisch gekleurde concurrentiestrijd vraagt om een realistische en strategische heroriëntatie waarin economische veiligheid, strategische autonomie en toekomstbestendige innovatie en control points centraal staan. De gevolgen van de langdurige en grootschalige investeringskracht van China dient daarbij als wake-up call: deze investeringskracht heeft gezorgd voor een snelle opmars van China in vrijwel alle sleuteltechnologieën, waardoor zij steeds bepalender kunnen worden voor technologische en economische machtsvorming – met name in de toekomst.
Voor Nederland betekent dit dat beleid niet langer uitsluitend kan leunen op een sterke kennisbasis en open markten, maar gericht moet zijn op het identificeren van strategische waardeposities en control points, het versterken en opschalen van deze control points, het borgen van kritieke kennis en talent, en het afbouwen van chokepoints. Door strategic intelligence structureel te verankeren in besluitvorming kan de overheid tijdig anticiperen op afhankelijkheden, risico’s en kansen, en gerichte keuzes maken die de weerbaarheid en concurrentiekracht van Nederland in een veranderende mondiale context duurzaam ondersteunen.





