Nederland heeft de kennis en de handelspositie voor biotech control points, maar verliest het op opschaling
Biotech wordt in het Rapport Wennink aangewezen als een van de vier focusgebieden om de strategische positie van de Nederlandse economie te versterken. Daar is reden toe, want Nederland heeft in biotech een goede uitgangspositie om unieke posities op de wereldmarkt op te bouwen: op verschillende complexe producten is de exportpositie sterk en de technologiepositie groeit. Aan initiatieven ontbreekt het ook niet, Nederland komt wereldwijd goed mee als het gaat om aantal biotech start-ups. Het probleem zit een stap verder: die start-ups groeien nauwelijks door naar scale-ups. Daarmee blijft de potentie om control points op te bouwen waar andere landen niet omheen kunnen grotendeels onbenut.
Deze datapublicatie van TNO Vector is gebaseerd op bestaande onderzoeken en analyses. Door deze feitelijke inzichten te delen, leveren we met objectieve data een constructieve bijdrage aan het actuele publieke debat.
Biotechnologie is het gebruik van levende organismen en cellen om producten te maken. Het vormt de basis onder sectoren als farma en agrifood, waardoor unieke posities in biotech doorwerken in die sectoren. De farmaceutische industrie laat zien wat dat waard is: die is inmiddels de snelst groeiende sector van Nederland (zie onze eerdere analyse).
Als we kijken naar de import en export van Nederland, zien we dat we een sterke positie hebben op verschillende producten in de biotech sector. Dat is belangrijk omdat deze producten van strategisch belang zijn. De kennis die nodig is voor de productie van biotechnologie is complex en de sector is hoog innovatief. Dat betekent dat producten in deze sector moeilijk zijn na te maken en er daarom control points kunnen worden opgebouwd waar andere landen niet omheen kunnen. Niet voor niets zien China en Amerika deze sector als topprioriteit. Figuur 1 laat zien dat Nederland op veel producten in de biotech al een sterke positie bezit in de wereldhandel (kwadrant rechtsboven), maar geeft ook aan dat er veel producten zijn waar Nederland nog niet of nauwelijks meedoet (kwadrant linksboven). Daarmee laat Nederland kansen om nieuwe control points op te bouwen liggen.
Figuur 1: de Nederlandse concurrentiepositie in biotech op basis van handelsdata. Analyse door TNO o.b.v. BACI data
SRCA is de genormaliseerde revealed comparative advantage: boven 0,00 exporteert Nederland relatief meer dan het wereldgemiddelde. De verticale as is het percentiel van de product complexity index; de stippellijnen liggen op 0,00 specialisatie en het 50e complexiteitspercentiel. Bolgrootte is de bruto export van Nederland.
Het ontwikkelen van deze control points vraagt om het succesvol vermarkten van kennis en het opbouwen van grote succesvolle bedrijven. Dat dit lastig is blijkt uit de nieuwsberichten van de afgelopen maanden over de moeilijkheden in de biotech sector, zo zijn er klachten over een gebrek aan financiering en de grote hoeveelheid regels. Veel bedrijven in de biotech sector houden nauwelijks hun hoofd boven water. Dit illustreert een groter probleem van de Nederlandse economie; alhoewel er veel kennis en kunde in huis is (figuur 2) en deze zelfs een sterk stijgende lijn vertoont, is er weinig dynamiek in het aantal nieuwe bedrijven wat deze kennis vermarkt (figuur 3). Deze kloof tussen het ontwikkelen en vermarkten van kennis wordt ook wel de innovatieparadox genoemd.
Figuur 2: de Nederlandse technologiepositie in biotech op basis van patentdata
Bron: LexisNexis PatentSight+. De Patent Asset Index telt niet het aantal patenten, maar de som van de competitive impact van alle actieve patentfamilies: citatie-impact maal marktdekking. Dit figuur is samengesteld door de patent asset index te meten van patenterende Nederlandse bedrijven.
Figuur 3: het aantal startups en scale-ups in de biotech sector
Bron: Dealroom, export 31 augustus 2026; eigen samenstelling. 724 bedrijven (648 start-ups + 76 scale-ups) met hoofdkantoor in Nederland, tag biotechnology, nog operationeel, opgericht na 1990. Grens start-up/scale-up: $10 mln opgehaald kapitaal. 2024–2026 zijn onvolledig: Dealroom.
Dat dit een specifiek Nederlands probleem is wordt duidelijk uit figuur 4. Alhoewel Nederland redelijk meedoet op het gebied van startups, zijn er nauwelijks startups die er in slagen om grote financieringsrondes op te halen en zo door te groeien naar scale-ups. Qua extreem succesvolle bedrijven (unicorns met meer dan 1 miljard waardering) doet Nederland zelfs helemaal niet mee. Dit terwijl het in andere landen in de EU veel beter lukt om deze bedrijven op te schalen, alhoewel Europese landen achterblijven bij het wereldwijde gemiddelde. Bij het opschalen van biotech startups valt voor Nederland en Europa dus veel winst te behalen.
Figuur 4: de doorgroei van startups naar scale-ups en unicorns in internationaal perspectief
Bron: wereldtellingen van Dealroom zelf, peildatum 31 augustus 2026. Dit is een andere bedrijvenset dan figuur 3 omdat deze internationaal te vergelijken is. Definitie start-up: opgericht na 1990, minimaal één werknemer, nog operationeel, minder dan $10 mln kapitaal opgehaald. Vanaf $10 mln kapitaal spreken we van een start-up. De EU zit in het wereldtotaal en Nederland in de EU; het zijn geen aparte categorieën.







