Nederland heeft de kennis en de handelspositie voor biotech control points, maar verliest het op opschaling
Voor figuur 1 kijken we naar de biotechnologieproducten zoals geïdentificeerd door de OESO. Die lijst hoort bij de 1996-herziening van het Geharmoniseerd Systeem voor goederencodes; via koppeltabellen zijn de codes gekoppeld aan de recentere 2022-herziening. Het gaat om in totaal 23 producten.
Voor figuur 2 gaat het om de bedrijven die in Nederland patenteren én actief zijn in de biotechsector. Die set is bedrijf voor bedrijf handmatig gevalideerd. Dat was mogelijk omdat het aantal bedrijven dat in Nederland patenteert kleiner is dan het aantal bedrijven dat in de sector actief is; de lijst bleef daardoor klein genoeg om volledig na te lopen.
Voor figuur 3 en figuur 4 is een eigen bedrijvenlijst nodig. Het CBS kent namelijk geen sectordefinitie 'biotechnologie' en publiceert voor deze sector geen landelijk dekkende datareeksen. We hebben daarom zelf een lijst met bedrijven samengesteld uit drie openbare bronlijsten: Dealroom (1.015 bedrijven met de tag biotechnology en hoofdkantoor in Nederland), de ledenlijst van hollandBIO (293), bedrijvengids BioPharmGuy (240). Vervolgens bakenen we af door uit de bronnen alleen de bedrijven relevant voor biotechnologie te selecteren: bij de ledenlijst van hollandBIO hebben wij op de categorie Biotech Services gefilterd. Na handmatige schoning op overduidelijk foutieve vermeldingen (octrooibureaus, advocatenkantoren, adviesbureaus, recruiters) en ontdubbeling op DUNS-nummer telt de lijst 814 bedrijven. Figuur 3 bevat de start-ups en scale-ups uit deze lijst: bedrijven die na 1990 zijn opgericht en tot $10mln kapitaal hebben opgehaald (start-ups) of meer (scale-ups). Voor figuur 4 hebben wij enkel de lijst uit Dealroom gebruikt, zodat we deze af kunnen zetten tegen de EU en de rest van de wereld.
Figuur 1 is gebaseerd op BACI HS22 V202601 handelsdata, een wereldwijde handelsdatabase van het Franse onderzoeksinstituut CEPII. Die analyse is uitgevoerd door TNO Vector. Exportwaardes staan in US dollar.
Figuur 2 is gebaseerd op LexisNexis PatentSight+, waarbij alleen de hierboven beschreven handmatig gevalideerde bedrijvenset is gebruikt.
Voor de bedrijvenanalyse die figuur 3 en figuur 4 voeden hebben we gegevens opgehaald bij Dealroom (export 31 augustus 2026: oprichtingsjaar, bedrijfsstatus, hoofdkantoorlocatie en opgehaald kapitaal per financieringsronde) en bij Dun & Bradstreet WorldBase (25 augustus 2026, specifiek: werkgelegenheid, vestigingsplaats, startjaar en eigendomsstructuur).
Figuur 1 analyseert de concurrentiepositie met twee indicatoren. De symmetric revealed comparative advantage (SRCA) geeft aan of Nederland een groter aandeel van een product op de wereldmarkt heeft dan op basis van het wereldwijde gemiddelde te verwachten valt. De product complexity index (PCI) meet hoe moeilijk een product na te maken is door andere landen: hoe hoger de score, hoe specifieker de kennis en productiecapaciteit die ervoor nodig is.
Figuur 3 telt 724 biotech bedrijven (648 start-ups en 76 scale-ups) met hoofdkantoor in Nederland, opgericht na 1990 en op de peildatum nog operationeel, ingedeeld naar oprichtingsjaar; de getoonde jaren vanaf 2010 bevatten 594 van deze bedrijven. De grens tussen start-up en scale-up is $10 mln opgehaald kapitaal. Omdat Dealrooms exportfilter ook bedrijven doorlaat waarvan het fundingveld leeg is, hebben we bedrijven die blijkens hun gepubliceerde financieringsrondes tóch boven die grens uitkomen alsnog als scale-up geteld. Dit gold voor zes start-ups die we hebben geclassificeerd als scale-up.
Figuur 4 gebruikt enkel de tellingen van Dealroom zelf voor Biotech bedrijven in Nederland, de EU en de wereld (peildatum 31 augustus 2026). Daarin zit de EU besloten in het wereldtotaal en Nederland in de EU. De aantallen uit figuur 3 en figuur 4 verschillen dus iets: in figuur 3 zitten meer bedrijven opgenomen dan in figuur 4. Dit zijn andere reeksen omdat de bedrijvenlijst van Dealroom op deze manier internationaal te vergelijken is omdat deze met dezelfde keuzes en aannames door Dealroom is samengesteld voor alle regio’s.
De OESO-lijst achter figuur 1 omvat enkel biologische geneesmiddelen: medicijnen die worden gemaakt met stoffen uit levende organismen, zoals vaccins, menselijk bloed en plasma, bepaalde eiwitten en monoklonale antilichamen, en bekende biotechnologische medicijnen als humuline, interferon en epoëtine. De term 'biologische geneesmiddelen' omvat echter meer dan alleen medicijnen die met biotechnologie zijn ontwikkeld. Daardoor is de internationale goederenlijst die wordt gebruikt om handelsgegevens te verzamelen niet gedetailleerd genoeg om precies vast te stellen hoeveel er uitsluitend in biotechnologische producten wordt gehandeld. Bovendien vallen belangrijke onderdelen van de biotechnologiesector buiten deze definitie, zoals wetenschappelijke apparatuur voor biotechnologisch onderzoek en toepassingen van biotechnologie in de landbouw en het milieu. De handelsdata van BACI zijn daarnaast niet gecorrigeerd voor wederuitvoer, waardoor de Nederlandse export en daarmee de specialisatie (SRCA) groter kan uitvallen dan op basis van Nederlandse productie het geval zou zijn: het 'Rotterdam-effect'.
Doordat de bedrijvenset achter figuur 2 handmatig is gevalideerd, bevat die lijst geen tot weinig false positives: elk bedrijf erin is hoogstwaarschijnlijk een biotechbedrijf in Nederland. Het omgekeerde is niet gegarandeerd. Het kan zijn dat we bedrijven missen die wel patenteren en wel in de sector actief zijn, maar die we niet als zodanig hebben herkend.
Figuur 3 en figuur 4 zijn een momentopname (31 augustus 2026) van de bedrijven die tussen 1990 en 2026 zijn opgericht en op die datum nog bestonden. Bedrijven die zijn opgericht en daarna failliet gegaan, staan er dus niet meer tussen. Aan de andere kant van de reeks zijn de recente jaren onvolledig, omdat Dealroom een bedrijf pas opneemt zodra het zichtbaar wordt via een financieringsronde, een incubator of nieuws. De daling in 2024-2026 duidt daarom niet per sé een aangetoonde afname. Omdat deze beperkingen voor alle landen gelijk uitpakken, zou de vergelijking tussen Nederland, de EU en de wereld in figuur 4 er niet door vertekend moeten zijn. De lijst zelf is bovendien vrijwel zeker incompleet en niet elk bedrijf is individueel handmatig gecontroleerd. Volledig dekkend zijn is bij een dergelijke bottom-up aanpak buitengewoon moeilijk, zo niet onmogelijk.