
Versterk de toepassing van governance van digitalisering: drie aanbevelingen

Auteurs: Tom Barbereau en Anne Fleur van Veenstra
In 2025 werden er astronomische investeringen gedaan in digitale technologie, vooral in kunstmatige intelligentie (AI) en de verwachting is dat dit ook zo blijft in 2026.* Bij zulke grote investeringen is het nodig om te sturen op deze digitale transformatie en de maatschappelijke gevolgen ervan.
De digitale transformatie krijgt dan ook steeds meer aandacht van de Nederlandse politiek en in overheidsbeleid. De richting van de digitale transformatie wordt daarnaast mede bepaald door onderzoek en innovatie. Daarom is het nodig de toepassing van de bevindingen uit onderzoek en innovatie naar governance van digitalisering te versterken.
‘Reflectie op’ digitalisering
Onderzoek en innovatie hebben invloed op de digitale transformatie en de gehanteerde waarden en prioriteiten in onderzoek en innovatie zijn dus mede richting gevend. Nederland heeft een lange traditie in onderzoekprogramma’s naar waarden die digitalisering vormgeven, onder andere via het opzetten van ELSA Labs, Platform PRIO en ALGOSOC. Om te bepalen welke waarden en prioriteiten onderzoek, ontwikkeling en innovatie gericht op digitalisering in Nederland hebben, voerde TNO Vector een quick scan uit naar het huidige landschap van instrumenten voor governance van digitalisering.
In de KIA Digitalisering categoriseert Digital Holland (voorheen Topsector ICT) onderzoek en innovatie op het gebied van governance van digitalisering als ‘reflectie op’ digitalisering. ‘Reflectie op’ is een overkoepelende term voor de interactie tussen de belangen van verschillende actoren in de ‘quadruple helix’ van overheid, bedrijfsleven, onderzoekswereld en samenleving. Deze belangen en waarden bevorderen bepaalde prioriteiten met betrekking tot de ontwikkeling, het gebruik en de regulering – ofwel de ‘governance’ van de digitale transformatie.
Governance bepaalt en stuurt dus de richting van de digitale transformatie. Dit komt onder andere tot uitdrukking in wettelijke kaders, beleidsmaatregelen en onderzoeks- en innovatieprogramma’s. Voorbeelden van governance instrumenten gericht op de digitale transformatie zijn wetgeving, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de AI Verordening. Voorbeelden van beleidsmaatregelen zijn de werkagenda Waardengedreven Digitalisering en Digitale Open Strategische Autonomie (DOSA) en onderzoeks- en innovatieprogramma’s zoals de AI Coalitie voor Nederland (AIC4NL) en Digital Holland.
Vier pijlers met waarden voor de digitale transformatie
Governance instrumenten zijn dus gericht op verschillende maatschappelijke waarden en belangen die in verband worden gebracht met de digitale transformatie. Er worden tenminste vier pijlers met waarden voor reflectie op digitalisering onderscheiden:
- Waardengedreven. Technologie moet het publieke belang dienen en maatschappelijke waarden weerspiegelen die in wet en cultuur zijn verankerd. Belangrijke waarden zijn eerlijkheid, transparantie en verantwoording in het ontwerp en gebruik van digitale technologie om ervoor te zorgen dat innovatie maatschappelijk welzijn bevordert.
- Soevereiniteit en autonomie. Landen willen controle over hun digitale infrastructuur om de nationale veiligheid te waarborgen, de gegevens van burgers te beschermen en economische onafhankelijkheid te behouden. Digitale soevereiniteit raakt besluitvorming over de gehele technologiestack, van regulering tot implementatie.
- Concurrentievermogen. Sterke digitalisering kan economische groei stimuleren. Dit vereist eerlijke marktregulering naast investeringen in digitale vaardigheden, infrastructuur en innovatie, waardoor regio's talent kunnen aantrekken, ondernemerschap stimuleren en wereldwijd concurrerend blijven.
- Duurzaamheid. Naarmate digitale technologieën meer worden gebruikt, nemen ook de milieueffecten toe. Verantwoorde digitalisering moet daarom de ecologische voetafdruk minimaliseren door energiezuinige infrastructuur, verantwoord e-waste beheer, zodat de milieu-impact van de digitale transformatie geminimaliseerd wordt.
Onderzoek naar de vier pijlers
Uit onze quick scan blijkt dat reflectie op digitalisering niet alleen steeds vaker onderdeel is van het maatschappelijke debat en dat er veel onderzoek naar wordt gedaan. Het bewustzijn dat governance van digitalisering belangrijk is in beleid, onderzoek en innovatie om zo de digitale transformatie richting te geven is flink gegroeid. Zo is het uitvoeren van impact assessments, zoals een Data Protection Impact Assessment (DPIA) gebruikelijk geworden, en is het nodig om ‘reflectie op’ toe te passen in onderzoek dat wordt gefinancierd door NWO.
Wat echter opvalt, is dat dit in het bijzonder geldt voor onderzoek en innovatie op het gebied AI, en veel minder in andere digitale domeinen zoals cybersecurity. Ook valt op dat de toepassing van governance instrumenten weliswaar is toegenomen, maar dat dit nog gefragmenteerd gebeurt. Daarom is er nauwelijks sprake van systematische toepassing en evaluatie van de gebruikte methodologieën en instrumenten.
Ten slotte suggereert de term ‘reflectie op’ iets vrijblijvends of mijmerends, in plaats van dat het structureel onderdeel is van alle fasen van ontwikkeling en toepassing van digitale technologie. Als gevolg daarvan beperkt reflectie op digitale technologie zich vaak tot één of enkele impactaspecten, meestal ethische overwegingen, zonder een robuuste methodologie. Een bredere focus op strategische prioriteiten – zoals digitale soevereiniteit, duurzaamheid, economische groei en technologische innovatie – ontbreekt vaak.
Drie aanbevelingen
Om alle vier de pijlers tot hun recht te laten komen in onderzoek en innovatie gericht op de digitale transitie, is het dan ook nodig om onderzoek naar ‘reflectie op’ en de toepassing ervan in de praktijk te versterken. Hiertoe doen we drie aanbevelingen:
1.
Pas reflectie op methodologieën niet alleen toe bij onderzoek naar AI, maar ook bij onderzoek en innovatie naar andere digitale technologieën en naar digitalisering in de breedte.
2.
Bevorder de structurele toepassing en evaluatie van 'reflectie-op'-methodologieën om de impact ervan blijvend te verankeren. Creëer ruimte om te experimenteren en de methoden te verfijnen, zodat ze voldoen aan de behoeften van verschillende doelgroepen.
3.
Veranker ook digitale autonomie en duurzaamheid in ‘reflectie op’ -activiteiten. Nu zijn reflectie op methodologieën vaak gericht op juridische, ethische en maatschappelijke impact, maar worden economische onafhankelijkheid en duurzaamheid vaak niet meegenomen.
Wanneer ‘reflectie op’ sterker wordt verankerend in onderzoek en innovatie naar de digitale transformatie, is het mogelijk om de impact van de digitale transformatie beter te sturen en schadelijke effecten te voorkomen.




