Versnelling van energie‑infrastructuur ontwikkeling vraagt om duidelijke keuzes

12 mei 2026

Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) heeft in de afgelopen jaren een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van energie‑infrastructuur. Dat blijkt uit de TNO-reflectie op het MIEK. De onderzoekers laten zien dat coördinatie en bestuurlijke aandacht zijn toegenomen, met meer regie vanuit het Rijk en betere agendering van projecten, maar concluderen ook dat duidelijker kiezen en scherper positioneren nodig zijn om de energietransitie daadwerkelijk te versnellen.

Team of workers discuss plans at a power plant site under blue sky with clouds during the day

Rapport 'Reflectie op het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK)'

Bijdrage aan versnelling nog onduidelijk

Sinds de start in 2021 is het MIEK uitgegroeid tot een belangrijk schakelpunt voor programmering, selectie en prioritering, en realisatie van energie‑infrastructuur van groot maatschappelijk belang. Het programma verbreedde zich onder andere van industrie naar alle gebruikssectoren en van alleen de landelijke naar ook de regionale schaal.

Externe ontwikkelingen als netcongestie, ruimtelijke schaarste en geopolitieke onzekerheid zetten het programma echter onder druk. En hoewel coördinatie en samenwerking aantoonbaar zijn verbeterd, is het lastig vast te stellen of het MIEK bijdraagt aan tijdigheid en leidt tot structurele versnelling van energie-infrastructuurontwikkeling. Projectenlijsten blijven groeien en een MIEK-status werkt beperkt door in investeringsbeslissingen. Tegelijkertijd ontbreekt een expliciete theorie van verandering en is programmamonitoring nog onvoldoende ontwikkeld.

Positionering niet helder en integraliteit beperkt

De positionering van het MIEK ten opzichte van andere initiatieven is – mede door de verbreding – minder duidelijk geworden. Het programma is nauw verweven met nieuwe initiatieven, zoals het Nationaal Plan Energiesysteem, Programma Energiehoofdstructuur, Omgevingswet, Nota Ruimte en het Landelijk Actieprogramma Netcongestie. Daardoor is niet altijd helder waarin het MIEK zich nog onderscheidt.

Hoewel de informatie‑uitwisseling tussen energie- en ruimtelijke domeinen sterk is verbeterd, blijft echte integratie – het gezamenlijk maken van keuzes voor energie én ruimte - nog beperkt.

Verbeterde samenwerking en voortdurend leren

De governance kwaliteit binnen het MIEK is versterkt: overheden en netbeheerders weten elkaar beter te vinden en wederzijds begrip is gegroeid. Dit vormt een stevigere basis voor programmering en prioritering. Tegelijk kent de samenwerking grenzen. Verschillen in belangen en tempo, spanningen tussen Rijk en regio, parallelle overlegstructuren en onduidelijke mandaten maken het lastig knopen door te hakken.

Het MIEK laat incrementeel leren zien, bijvoorbeeld via het introduceren van de systeemroute voor grootschalige projecten en het aanpassen van het afwegingskader. Meer fundamenteel leren komt nog maar beperkt van de grond door de druk op het besluitvormingsproces.

Suggesties voor doorontwikkeling

De onderzoekers doen vijf suggesties voor mogelijke doorontwikkeling van het MIEK:

  • Scherper kiezen: vergroot de effectiviteit door striktere prioritering, minder projecten in het programma, scherpere criteria en een samenhangende portfolio‑aanpak
  • Strategischer positioneren: positioneer het MIEK duidelijker ten opzichte van andere nationale programma’s en maak de koppeling explicieter
  • Integraler verbinden: verbind eerder en sterker met ruimtelijke ontwikkelingen, onder meer via gezamenlijke scenario’s en integrale gebiedsbeelden
  • Gerichter samenwerken: organiseer de samenwerking minder vrijblijvend en met duidelijkere escalatiepaden
  • Systemischer leren: investeer in systemisch leren, inclusief regelmatige herijking van aannames, doelen en werkwijzen

Door duidelijker te kiezen en scherper te positioneren kan het MIEK uitgroeien tot een adaptief en toekomstgericht regieprogramma dat de realisatie van energie‑infrastructuur van groot maatschappelijk belang daadwerkelijk versnelt.

In samenwerking met PBL en RVO bracht TNO eerder al meerdere reflecties uit op de Cluster Energiestrategieën (CES) en het provinciale MIEK (pMIEK). Zie Reflectie op tweede ronde Integraal Programmeren (2025) en Energie-infrastructuur van de toekomst vraagt om innovatieve besluitvorming (2023).

Deze reflectie op het MIEK, waarvoor werd samengewerkt met RVO, Tilburg University en Radboud Universiteit Nijmegen, vormt een aanvulling op deze eerdere reflecties.

Recente artikelen