Een Data Space ontwikkelen: dat begint met veel kopjes koffie

Als verschillende partijen data met elkaar delen, kan dat leiden tot innovatieve oplossingen die echt het verschil maken. Maar welke data wil je als bedrijf of organisatie delen? Met wie? En wat komt daar allemaal bij kijken? Een Data Space kan een goede oplossing zijn om onderling data te delen. Alleen vereist dat wel een nauwe samenwerking waarbij alle deelnemende partijen elkaar vertrouwen. En dat vertrouwen is zeker niet vanzelfsprekend. Een belangrijk aandachtspunt dus.

Verschillende devices met data naast elkaar voor datadeling

Wat zijn de kritische succesfactoren voor implementatie data spaces?

We onderzochten het en brachten onze conclusies met concrete aanbevelingen in een whitepaper samen.

Partijen die een samenwerking aangaan om een Data Space te ontwikkelen, kiezen daarmee voor een robuuste en betrouwbare infrastructuur die het mogelijk maakt om alleen specifieke data met de deelnemende partijen te delen.

Op het eerste gezicht lijkt dat vooral een technisch en juridisch verhaal. Maar in de praktijk blijkt er toch veel meer bij te komen kijken. Vandaar ook dat we daar als TNO Vector dieper ingedoken zijn.

Welk probleem lost datadelen op?

Datadelen heeft al tot veel succesverhalen geleid. En het voordeel van een Data Space is dat de deelnemende partijen veel controle hebben op de manier waarop ze hun data delen en wie ze precies toegang tot hun data geven. Daarbij behouden ze zelf het beheer over hun data, door slimme privacy technologie  , wat echt een groot voordeel is.

‘Maar dat alles wil nog niet zeggen dat een Data Space altijd een magic bullet is’, benadrukt Gijs van Houwelingen, die bij TNO Vector onderzoek doet naar colloborative business models.

‘Datadelen krijgt pas een meerwaarde zodra er datatoepassingen worden ontwikkeld die helpen om specifieke problemen op te lossen. Alleen zie je vaak bij aanvang van een samenwerking dat nog niet duidelijk is voor welk probleem een oplossing moet komen. Daarbij zitten er vaak partijen aan tafel die elkaars concurrent zijn. En hoewel zij gezamenlijke belangen hebben en de bereidheid tot samenwerking groot is, duurt het vaak toch wel even voor ze elkaar echt vertrouwen.’

Informeel vertrouwen opbouwen

Meteen vanaf het begin alles juridisch dichttimmeren dan maar? ‘Dan begin je met het bouwen aan formeel vertrouwen, maar als het op dat moment nog ontbreekt aan informeel vertrouwen is het erg lastig om snel tot overeenstemming te komen’, geeft Van Houwelingen aan.

‘Elk detail kan dan tot discussies leiden. En daardoor kan het eindeloos lang duren voor het daadwerkelijk tot datadelen komt. Onze aanbeveling is dan ook om eerst aan het informele vertrouwen te werken. Oftewel: samen om de tafel gaan zitten, veel kopjes koffie drinken en elkaar beter leren kennen.

Ook daar zijn vaak meerdere bijeenkomsten voor nodig. Maar minder dan wanneer je het meteen formeel aanpakt. Daarbij ben je bij een formele aanpak meteen al veel geld kwijt aan juridische en organisatorische kosten terwijl je op dat moment nog niet eens weet of het wel daadwerkelijk tot een Data Space komt.’

Klein beginnen

Zit het qua vertrouwen goed? En kunnen alle deelnemende partijen zich in de gekozen aanpak vinden? Dan kunnen er formele afspraken worden gemaakt en handtekeningen worden gezet. Daarbij is het zaak om met een klein datadeelproject te starten en dat bij succes op te schalen.

Een inspirerend voorbeeld is het project HERACLES, waarin verschillende partijen gezamenlijk onderzoek doen naar kanker, met behulp van veilige data-uitwisseling.

Maar, hoe begin je zo’n samenwerking? Van Houwelingen: ‘Kies gezamenlijk voor een concrete toepassing waar alle betrokken wat aan hebben en die relatief makkelijk te realiseren is. Kijk wat daar minimaal voor nodig is en houdt het in eerste instantie klein en overzichtelijk.

Bij de bestudering van praktijkcases was dat toch wel heel duidelijk de gemene deler van een succesvolle aanpak. Vaak volgt er na zo’n eerste project bijna vanzelf een logisch vervolg, waarbij het helpt dat de deelnemers gaandeweg ervaring opdoen in het delen van data en in de praktijk leren wat de mogelijkheden zijn.’

"ASML en Philips waren op zoek naar een dataoplossing om makkelijker onderling te kunnen communiceren, geen dure maatwerkoplossing, dus een gezamenlijk Data Space werd opgezet. Met succes." - Gijs van Houwelingen, onderzoeker, TNO Vector

Faxende hightechbedrijven

Als voorbeeld van een succesvolle praktijkcase noemt hij SCSN (Smart Connected Supplier Network). Dat is een samenwerking in de regio Eindhoven, waar toeleveranciers van bedrijven als ASML en Philips op zoek waren naar een dataoplossing om makkelijker onderling te kunnen communiceren.

‘Soms verliep die communicatie nog via faxen, wat natuurlijk vrij opmerkelijk is in zo’n hightechomgeving’, zegt Van Houwelingen lachend. ‘Maar een maatwerkoplossing zou ontzettend veel geld gaan kosten. Dus besloten ze om gezamenlijk een Data Space op te zetten. Met succes.

Ze hadden een duidelijk probleem dat ze konden oplossen door op een goed georganiseerde manier hun data te delen. En momenteel zijn ze aan het kijken of ze hun Data Space kunnen uitbreiden. Ze hebben een samenwerking op Europees niveau voor ogen. Een flinke opschaling dus.’

Het loopt niet overal even soepel

Naast de succesverhalen zijn er uiteraard ook Data Space-projecten die minder voortvarend verlopen. Alleen blijkt het nogal lastig om die faalverhalen boven water te krijgen. ‘Mensen praten daar niet graag over’, weet Van Houwelingen. ‘En als ze dat al doen, is het meer tussen de regels door.

Daarbij is het wel duidelijk dat het opzetten van een Data Space niet in elke sector even soepel verloopt. Zo zie je dat er binnen de mobiliteitssector aardig wat initiatieven lopen met veel verschillende partijen die ook nog eens allemaal verschillende belangen hebben. Dat maakt het meteen heel complex, waardoor het vaak erg lastig is om tot een datadeeloplossing te komen waar iedereen zich in kan vinden. Ook hier is ons advies om vooral klein te beginnen en een Data Space pas bij succes verder uit te breiden.’

Verschillende expertises nodig

Het ontwikkelen en beheren van een Data Space is natuurlijk niet gratis. ‘Zodra de gesprekken tussen de deelnemende partijen concrete vormen beginnen aan te nemen, is het dan ook belangrijk om snel duidelijk te maken welke investeringen er nodig zijn en om samen te bepalen wat een goed verdienmodel zou kunnen zijn.

Al met al komen er dus veel aspecten bij kijken. Dat betekent dan ook dat er naast experts op het vlak van de technologie ook innovatiespecialisten aan tafel moeten zitten. En die verschillende experts moeten constant met elkaar in gesprek blijven om ervoor te zorgen dat wat er gebouwd wordt ook echt aansluit bij wat er is afgesproken. Wat nog best lastig is omdat ze een andere focus hebben en vanwege hun professionele achtergrond ook een “andere taal” spreken.’

Een stevig fundament

Het ontwikkelen van een Data Space vraagt dus om een zeer nauwe samenwerking, met als grote uitdaging dat die samenwerking plaats moet vinden tussen partijen en specialisten die normaliter niet zo snel met elkaar van doen hebben. Maar lukt het om de samenwerking goed op de rit te krijgen en een concreet project te realiseren? Dan ligt er wel meteen een stevig fundament dat zich ook leent voor toekomstige datadelingstoepassingen, waar eventuele nieuwe partijen bovendien relatief makkelijk bij aan kunnen haken.

Ook aan de slag met data spaces? Neem contact met ons op en informeer naar de mogelijkheden.

Recente artikelen