Crises vragen om ander transitiebeleid


Rik Braams: Transitiewetenschap biedt, wanneer goed vertaald, vele concrete aanbevelingen voor beleid. Ik heb na publicatie van mijn proefschrift Transformatieve Overheid en dito publieksmagazine gemerkt hoeveel behoefte er onder ambtenaren bestaat aan praktische houvast en handvatten om een transitie voor twintig tot dertig jaar te kunnen begeleiden. Met praktische tips op het gebied van strategisch nichemanagement, een diagnose van wat juist niét duurzaam is en het definiëren van een heldere stip op de horizon kunnen ambtenaren echt wat. Maar wat als je als ambtenaar volop in crisis zit? Dan heb je geen twintig tot dertig jaar. Dan moet het nu.

Door jarenlang moeilijke maatregelen voor ons uit te hebben geschoven, zien we daar als samenleving en economie de gevolgen van. Zo barsten de landbouw-, water-, woon- en energiesystemen nu uit hun voegen. Dat moet nu geregeld worden, het is nu crisis. Dat zorgt voor heftige omwentelingen in beleid, weinig voorbereidingstijd voor burgers en bedrijven, compensatiemaatregelen om verliezers tegemoet te komen en een overvraagd ambtelijk apparaat.

Modus 1: het ideale transitiepad

“Transities aanpakken als crisis is een wrede manier van beleid voeren”, noteerde prof. Marko Hekkert (directeur Planbureau voor de Leefomgeving) heel bondig in het magazine Transformatieve Overheid. Dat hadden we dus anders moeten doen en daar zijn goede aanbevelingen voor:

  1. De lange termijn moet centraal komen te staan in beleid.
  2. Ambtenaren moeten zich de rol aanmeten van de hoeder van de transitie en analyseren waar de transitie faalt.
  3. Transities brengen veel onzekerheid mee, daar moeten we comfortabel worden mee worden.
  4. Er moet operationeel transitiemanagement geïmplementeerd worden bij instituties en meer integraal worden samengewerkt.
  5. De onderliggende waarden in oude systemen werken door in bestaande processen en procedures. Dus deze moeten beiden tegen het licht worden gehouden.

Oké, dat hadden we dus eigenlijk moeten doen, twintig jaar geleden. Laten we dat Modus 1 noemen; het ideale transitiepad, waar we nog ruim in de tijd zitten.

“Dankjewel” hoor ik mensen denken als ik dit verkondig, “maar wat nu? Wij zitten nú in crisis, nú is de maatschappelijke dynamiek zo enorm en is alles politiek gevoelig.” En ze hebben gelijk, dit vraagt iets anders, een aangepast repertoire. Ik denk dat uitgangspunten van Modus 1 als richtlijn blijven staan, maar we een Modus 2 moeten ontwikkelen voor ambtenaren werkend in een transitiecrisis. Er moeten andere antwoorden komen. Crisismanagement moet met de lange termijn verbonden worden.

Modus 2: diepgaande transitiekennis voor tijden van verandering

De transitiecrises vragen om een verdieping van transitiekennis; het uitwerken van de juiste Modus 2. Daarbij is het nodig om de volgende zaken in de gaten te houden:

  • Rust bewaren om de goede keuzes te maken, wanneer je onder het vergrootglas ligt.
  • Openheid en adaptiviteit in het proces houden, zodat je om kan blijven gaan met onzekerheid.
  • In contact en responsief blijven richting de samenleving terwijl je de systeemverandering doorvoert die nodig is.
  • Consistent transitiebeleid blijven voeren in een grillig politiek klimaat.
  • Blijven nadenken over rechtvaardigheid als er zoveel druk op staat.

Ideaal tijdspad heeft waarde

Transitiekennis is onontbeerlijk, maar moet dus gekoppeld gaan worden aan inzichten uit de bestuurskunde, organisatiekunde, veranderkunde, ethiek, psychologie, politicologie en economie om deze vragen te beantwoorden.

Alleen denken over een ideaal tijdspad heeft waarde, maar geeft niet altijd een volwaardig antwoord op de hoe-vragen die nu leven in een crisis. Separate wetenschappelijke kennis is te lastig toepasbaar in het hier en nu van de ambtenarij en de politiek.

Om uit een crisisaanpak te komen, waarin de korte termijn belangen toch weer centraal komen te staan, moeten inzichten van crisismanagement en werken aan de lange termijn gecombineerd worden en handzaam worden aangereikt.

Hoewel dit misschien voelt als paradox zie ik dit juist als ons werk bij TNO Vector. Een brug bouwen waarin we ogenschijnlijk moeilijk verenigbare wetenschappelijke aanbevelingen toepasbaar maken voor beleidswerkers. Goed transitiebeleid vraagt om een ideaaltypisch transitiepad, fundamentele inzichten van allerlei andere wetenschappelijke disciplines, ervaringen van beleidsmedewerkers en samenleving en de brug hiertussen.

Recente artikelen