Investeren in de toekomst: daar horen ook voldoende R&D-uitgaven bij

Net als alle andere EU-landen beloofde Nederland aan het begin van dit nieuwe millennium plechtig om 3 procent van het bbp aan te wenden voor R&D. Maar volgens recente cijfers kwam Nederland in 2022 slechts tot een intensiteit van 2,3 procent. Ook in alle voorgaande jaren was de 3 procent nog lang niet in zicht. En dat terwijl onze buurlanden dat streefgetal jaren terug al wel hebben gehaald en er sindsdien zelfs ruim boven zitten. Tijd dus om een flinke inhaalslag te maken. De vraag is alleen in hoeverre dat met het huidige beleid van Nederland mogelijk is.

r_d_investeringen_nederland_lopen_achter_index

Meer weten?

Lees meer over TNO Vectors analyse naar de achterstand van R&D investeringen van Nederland.

TNO Vector kan zelf niet aan de beleidsknoppen draaien. Dat is voorbehouden aan beleidsmakers bij de overheid. Wel kunnen we op basis van onderzoek bepaalde trends in beeld brengen en aan de bel trekken als we ontwikkelingen zien die weleens een nadelig effect zouden kunnen hebben op het innovatievermogen van Nederland. En qua uitgaven op het vlak van R&D is er momenteel alle reden om aan de bel te trekken.

Een veelzeggend plaatje

Soms zijn grafieken in staat om slechts met een paar lijntjes een probleem zichtbaar te maken. En dat is zeker ook het geval bij een grafiek die onlangs in een paper van TNO Vector stond (zie figuur 1).

Grafiek ontwikkeling publieke financiering van R&D [GBARD] Nederland, Duitsland en België ten opzichte van de ontwikkeling totale overheidsbestedingen.

Figuur 1: Ontwikkeling in publieke financiering van R&D [GBARD] vanaf 2000 in Nederland, Duitsland en België ten opzichte van de ontwikkeling totale overheidsbestedingen. Het verschil is opgesteld door de genormaliseerde totale overheidsuitgaven in mindering te brengen op de genormaliseerde GBARD.

Met speciale dank aan Jasper van Kempen. Bij TNO Vector maakt hij economische analyses, met name over hoe (overheids)interventies doorwerken in de markt. Hoe hij op het idee kwam om in één grafiek de ontwikkeling van de publieke financiering van R&D ten opzichte van de overheidsbestedingen weer te geven?

“De Studiegroep Begrotingsruimte kwam vorig jaar in een publicatie met het advies dat Nederland zeventien miljard moet gaan bezuinigen vanaf 2028 om het risico op een te hoog tekort te verminderen. Samen met collega’s vroeg ik me toen af wat dat zou betekenen voor de uitgaven aan R&D. En we vroegen ons daarbij ook al meteen af hoe we het op dat vlak in Nederland doen ten opzichte van Duitsland en België. De benodigde data waren al beschikbaar, maar het was nog wel een uitdaging om de juiste dingen met elkaar te vergelijken en dat op een overzichtelijke manier weer te geven.”

Verrast door Belgische voortvarendheid

"Dat Duitsland het veel beter doet dan Nederland was niet echt een verrassing”, vervolgt hij. “Maar het feit dat België het qua R&D-uitgaven zo goed doet, was wél een verrassing. Zij zijn zelfs nummer 1 in Europa als het gaat om R&D intensiteit.”

In tegenstelling tot Nederland is België sinds 2000, toen beide landen op hetzelfde niveau stonden, wel heel consequent meer in R&D is gaan investeren, en dat heeft dus tot een grote voorsprong geleid. 3 procent van het bbp aan R&D uit te geven, was al die tijd ook de doelstelling van Nederland.

Alleen hebben we daar vervolgens niet naar gehandeld. En nu er weer hardop over bezuinigingen wordt gesproken, is het nog maar de vraag of er de komende jaren wel meer geld voor R&D zal worden uitgetrokken.”

Vertekend beeld

“Die kans is helaas klein”, zegt Marcel de Heide, die als econoom bij TNO Vector onderzoek doet naar innovatiebeleid. “Zo zien we dat het Nationaal Groeifonds momenteel onder druk staat. Maar als dat initiatief straks stopt en er niets anders voor in de plaats komt, zakken we als Nederland nog verder weg qua R&D-uitgaven.

Ondertussen bestaat er in ons land het wijdverbreide idee dat we het op het vlak van innovatie juist ontzettend goed doen. Maar daarbij ligt de focus altijd op een aantal toppers, zoals ASML, waardoor er een flink vertekend beeld ontstaat.”

Lange adem nodig

Dat er binnen ons land structureel onvoldoende aan R&D wordt uitgegeven, kan volgens De Heide op langere termijn voor serieuze problemen zorgen.

“Het blijft lastig om de RoI, de return of investment, van R&D in harde cijfers uit te drukken. Maar uit verschillende onderzoeken weten we wel dat er op de langere termijn een duidelijke relatie is tussen onderzoek en het verdienvermogen van een land.

Daarbij geldt bij R&D dat de kosten altijd voor de baten uitlopen en dat je daar een lange adem voor nodig hebt. Dat betekent dus ook dat het bij een achterstand veel tijd zal kosten om weer op het gewenste niveau te komen. Sterker nog: als je in de huidige wereld stil blijft staan, verlies je al snel veel terrein.”

Lastige keuzes

Nu is het natuurlijk wel zo dat grote R&D-uitgaven altijd pijn doen omdat je daar niet direct de vruchten van kunt plukken. Ook De Heide is zich daar uiteraard van bewust.

“Ondertussen wijst alles erop dat we in Nederland de boot gaan missen als het ons niet lukt om tijdig onze economie ingrijpend te vernieuwen. Gewoon op de oude weg doorgaan, is op dit moment echt geen optie meer.

Dat betekent dat er lastige keuzes moeten worden gemaakt, waarbij er bijvoorbeeld ook bij oplopende staatsschuld voldoende geld moet zijn om ervoor te zorgen dat de R&D-uitgaven snel in de richting van de 3 procent van het bbp gaan.”

Nationale Technologiestrategie

En de overheid? Die is zich maar al te bewust van de spagaat. Zo lanceerde het ministerie van EZK onlangs de Nationale Technologiestrategie waarbij de focus op tien veelbelovende technologieën ligt. Daarbij is het plan om private financiers te vinden die bereid zijn om samen met de overheid te investeren in het aanjagen van de gekozen technologieën.

“Als TNO Vector juichen we dat initiatief uiteraard toe”, reageert De Heide. “Maar het succes zal voor een groot deel afhangen van het bedrag dat de overheid zelf voor dit plan gaat vrijmaken. Onderzoek wijst uit dat de private sector bij innovatieprojecten bereid is om tot investeringen over te gaan als de overheid een deel van de R&D-kosten op zich neemt. Het welbekende multipliereffect.

Maar omdat het om politieke keuzes gaat, is het op dit moment heel lastig om voorspellingen te doen. Ondertussen begint de tijd wel te dringen, dus het is te hopen dat er snel meer duidelijkheid komt over het precieze R&D-beleid van de overheid.”

Recente artikelen