Reflectie: Digitalisering als transitie vraagt om andere manier van kijken


Anne Fleur van Veenstra: Digitalisering is niet meer weg te denken uit ons leven: we appen, scrollen en swipen gemiddeld vijf en een half uur per dag. Digitale technologie, zoals kunstmatige intelligentie (AI), heeft dan ook naast een grote maatschappelijke impact, grote economische impact. Zo verwacht een studie van McKinsey dat de economische waarde van generatieve AI triljoenen is en de technologie in sommige sectoren 40% van een gemiddelde werkdag kan automatiseren.

Digitalisering: verschil transitie en transformatie

1. Digitale transformatie: een ingrijpende verandering

Digitalisering, waaronder generatieve AI, wordt vaak als ongericht en disruptief ervaren voor onze samenleving en economie. Een voorbeeld is de AI- assistent ChatGPT, die ruim een jaar na de lancering 100 miljoen actieve gebruikers wereldwijd heeft.

Digitalisering lijkt dus vooral de vorm aan te nemen van een transformatie: 'een fundamentele, ingrijpende verandering in ons werken en organiseren met grote directe en indirecte maatschappelijke gevolgen'. Deze gevolgen zijn doorgaans positief én negatief. Naast de gevolgen voor werkgelegenheid zijn andere risico’s van het gebruik van AI bijvoorbeeld onbedoelde gevolgen als discriminatie, onduidelijkheid over de controleerbaarheid en ontmenselijking.

2. Digitale transitie: een geleid veranderproces

Veel andere grote, ingrijpende veranderingen in deze tijd worden transities genoemd: veranderingen gericht op een nieuwe, gewenste toekomst waarvoor bestaande systemen moeten worden aangepast. Deze systeemveranderingen kunnen behalve technisch van aard ook sociaal-cultureel, politiek-bestuurlijk, economisch en juridisch zijn.

Een voorbeeld is de energietransitie die als doel heeft om het bestaande energiesysteem te verduurzamen en zo in 2050 een CO2-neutraal energiesysteem te hebben. Met als doel niet langer achter de feiten van klimaatverandering aan te lopen, maar proactief te sturen. Het is een ‘geleid’ veranderingsproces.

Voor deze transitie wordt dus gestuurd op een gewenst nieuw energiesysteem, waarvoor ook het oude systeem gedeeltelijk moeten worden afgebouwd. Hernieuwbare en nieuwe technologieën, zoals warmtenetten en waterstof, krijgen een grotere rol terwijl olie en gas zo veel mogelijk vervangen worden.

Verder zijn er om een transitie te laten slagen gedragsveranderingen nodig, en nieuwe wetten en sturingsmechanismen. Zo worden consumenten aangespoord om energie te besparen en huizen te verduurzamen. Met de subsidie voor hernieuwbare energie kunnen gemeenten plannen maken voor aardgasvrije wijken.

Hoe ziet digitalisering als transitie eruit?

Al deze elementen geven samen vorm aan de transitie: visie op de toekomst, afbouw van het huidige systeem, gedragsverandering en nieuwe wetgeving en sturing. Hoe zou digitalisering eruit zien wanneer we deze beschouwen als een transitie, in plaats van als een transformatie?

1. Visie op toekomst

Allereerst is het daarvoor nodig dat er een visie wordt ontwikkeld op wat de rol is van digitalisering, zoals dat is gebeurd voor generatieve AI: welke digitale toekomst is eigenlijk gewenst? Hierbij zouden ook burgers moeten worden betrokken, zoals in België.

2. Gedragsverandering burgers en consumenten

Ook van burgers en consumenten zal dan meer worden gevraagd: zo mogen middelbare scholieren geen mobiele telefoons meer gebruiken in de klas, en dienen ambtenaren voor gebruik van generatieve AI een risicoanalyse uit te voeren.

3. Nieuwe wetten en regels

Ook op het gebied van wetgeving gebeurt het nodige: zo stemt het Europees Parlement naar verwachting binnenkort in met de AI- verordening gericht op de ontwikkeling van veilige AI-systemen.

Visie, sturing, samenwerking en ‘transitiedenken’ nodig

Tegelijkertijd zijn al deze acties nog gefragmenteerd. Samen maken ze nog lang geen transitie: het is maar de vraag of deze acties de digitale transformatie kunnen ombuigen naar een gewenste toekomst. Dat vraagt om meer visie, en sterkere sturing en samenwerking om deze ontwikkelingen te leiden.

Maar bovenal vraagt het om ‘transitie denken’ in alle facetten in ons kijken en handelen in relatie tot digitalisering vooraf centraal te stellen. Alleen zo kunnen we voor de feiten uit gaan lopen in plaats van erachteraan.

Recente artikelen